AMSTERDAM - Als er een Oscar zou bestaan voor de Acteur Die Als Eerste Een Mobiel Telefoongesprek Voerde In Een Avondvullende Speelfilm, dan zou die prijs in 1954 gewonnen zijn door Humphrey Bogart. Als de playboy Linus Larrabee pleegt de acteur een belletje vanaf de achterbank van zijn limousine in de film Sabrina.
Het apparaat dat Bogart bediende, was niet de echte voorloper van de mobiele telefoon waarmee vandaag de dag eenderde van de wereldbevolking belt – deze zomer werd de mijlpaal van twee miljard toestellen bereikt. Het waren halve radiozenders, waarmee gebruikers alleen naar een vaste telefoon konden bellen, met bijstand van een telefoniste in de centrale.
De eerste van deze toestellen werden in 1946 al gebruikt door de Zweedse politie. Ze hadden als nadeel dat de batterijen na een paar korte gesprekken leeg waren. Pas in 1956, deze maand een halve eeuw geleden, werd de eerste volautomatische mobiele telefoon geïntroduceerd. De Zweedse fabrikant Ericsson had de primeur van de eerste commerciële toepassing met de MTA (Mobile Telephone A).
Mobiel was een groot woord: het toestel en de bijbehorende apparatuur wogen veertig kilogram. De telefoons werden in auto’s gemonteerd; de eigenaar moest daarvoor een flink deel van zijn kofferruimte prijsgeven. Het netwerk was beperkt tot de steden Stockholm en Gotenburg. De prijs beperkte de klantenkring tot artsen en advocaten.
Pas negen jaar later zou er een ‘draagbare’ versie op de markt komen. Deze MTB woog nog altijd negen kilo. Een enkele zendmast kon destijds honderd bellers tegelijk verwerken. In het eerste jaar schreven 150 Zweden zich in voor een mobiele telefoon. Toen de dienst in 1983 werd opgedoekt, waren dat er 600.
Ericssons oermobiel was ook nog grotendeels gebaseerd op radiozenders. Mobiel werd het bellen pas in 1973, toen Motorola het eerste prototype introduceerde van wat de huidige gsm zou worden. Aan de toestellen had de Amerikaanse onderneming vijftien jaar gesleuteld. Het resultaat was een baksteen met een joekel van een antenne en een batterij die een gesprek van twintig minuten toestond.
Bedenker Martin Cooper voerde het eerste gesprek met Joel Engel, zijn tegenstrever bij Bell Labs, een onderdeel van de Amerikaanse telefoniegigant AT & T. Dat was niet alleen een professioneel plaagstootje. De Amerikaanse overheid stond op het punt telefoniefrequenties toe te kennen en AT & T dreigde het monopolie te krijgen – tenzij concurrenten met een alternatief zouden komen.
Het zou een hele poos duren voordat Motorola een commercieel levensvatbare versie van zijn haastklus uit 1973 gereed had. De DynaTAC 8000X verscheen in 1983 op de markt. Hij kostte 3995 dollar en woog bijna een kilo. Ook de DynaTAC maakte zijn filmdebuut met een beroemd acteur. Het was Michael Douglas die er in 1987 in Oliver Stone’s Wall Street meer mee belde dan mogelijk was: de accu van het toestel ging maar een half uur mee.

Er zijn wereldwijd meer dan 2 miljard mobiele telefoonaansluitingen. De tweemiljardste abonnee kocht zijn toestel ergens in het weekeinde van 17 juni dit jaar, meldt de GSM Association (de gsm-technologie is goed voor 80 procent van het mobiele telefoonverkeer). De kans is groot dat de nieuwe beller in China, India, Afrika of Latijns-Amerika woont. Deze landen namen 82 procent van het tweede miljard aansluitingen voor hun rekening. Over het bereiken van het eerste miljard deed de wereld dertien jaar, vanaf 1991 toen het eerste digitale gsm-netwerk in gebruik werd genomen.
China is de grootste markt voor mobiel bellenmobiele belmarkt, met ruim 370 miljoen klanten, gevolgd door Rusland (145 miljoen) en India (83 miljoen). In India is het mobieltje het meest verkochte consumentenapparaaat. Het verdrong in dat land de fiets. In Nederland zijn sinds begin dit jaar meer aansluitingen dan inwoners.
In Nederland maakte de eerste mobiele telefoon in 1992 zijn opwachting. Een jaar later verscheen voor de consument de Kermit, later vanwege auteursrechten een Greenhopper genoemd. Het was eigenlijk een draadloze telefoon; de bezitter moest in de buurt van een Greenpoint zijn (een mast met een bereik van 150 meter) voor hij kon bellen. Het netwerk met vijfduizend Greenpoints en op het hoogtepunt 60 duizend klanten werd in 1999 opgedoekt.
In Finland wordt al zeven jaar het wereldkampioenschap mobiele-telefoon-werpen gehouden. De winnaar van dit jaar, de Fin Lassi Etelätalo, wist een afstand van 89 meter te overbruggen. De beste vrouw was Eija Laakso met een nieuw wereldrecord van 50,83 meter.
De eerste sms (short message service, een tekstbericht van maximaal 160 letters) werd op 3 december 1992 verstuurd door de Brit Neil Papworth. Het duurde lang voordat de consument de sms ontdekte als goedkoper alternatief voor een mobiel gesprek. In 1995 verzond de consument gemiddeld nog geen halve sms per maand. In 2000 was dat aantal gestegen naar 35. In 2004 werden er over de hele wereld 500 miljard sms’jes verstuurd. De fanatiekste gebruikers zijn te vinden in de Filipijnen. Elke abonnee verstuurt er gemiddeld 2.300 per jaar. De Filipijnen versturen dagelijks tussen de 350 en 400 miljoen berichten per dag – meer dan de Europeanen, Amerikanen en Chinezen bij elkaar.
Bron: Volkskrant
| 26-10-2006 |
|
 |
 |
Laatste reacties
| Plaats nieuwe reactie